|
Inleiding
In onze AB hebben we vermeld dat de jaarlijkse voorjaarsnota weer een feest der herkenning is. De speerpunten 2006-2010 worden vernoemd, de ontwikkelingen richting 2009, de risico's die we als gemeente lopen worden in kaart gebracht en de conclusies worden achtereenvolgens behandeld. Het stuk is prima lees- en hanteerbaar, dus onze complimenten aan schrijvers cq vormgevers van deze voorjaarsnota.
Op onze kritische noten en vragen heeft het college weer getracht een en ander zo goed mogelijk te beantwoorden. Een heleboel aangehaalde punten zullen dan ook tijdens deze tweede ronde niet wederom de revue passeren. Waar willen we nog wel expliciet op inzoemen? Welnu dat zijn de volgende punten:
1.Het aangehaalde wollige taalgebruik in deze voorjaarsnota 2.De betrokkenheid van de burgers bij de politiek 3.Het programma ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 4.Het programma werk en inkomen 5.Recreatie 6.Huisvesting seizoenarbeiders
Tenslotte eindigen wij met de beantwoording van enkele vragen die andere fracties hebben gesteld, of moet ik zeggen fractie?
Ad1: Wat in zijn algemeenheid opvalt is dat deze nota grossiert in "wollig" taalgebruik. Dit begint al bij het benoemen van de speerpunten. Ik citeer: er moet voldoende gelegenheid zijn voor burgers tot inspreken, er moet gezorgd worden voor voldoende huur- en starterswoningen, er wordt handhavend opgetreden als hondenbezitters niet sociaal zijn, we staan een ruimhartiger minimabeleid voor, de herziening van het subsidiebeleid moet in 2006 afgerond worden, recreatie in Wemeldinge moet kwalitatief worden verbeterd, en zo kunnen we nog wel even doorgaan...Dit zijn allemaal lege termen en zinnen zonder inhoud. Als voorbeeld hoe het wel zou kunnen verwijs ik u naar het programma dienstverlening. GB heeft een vraag gesteld over de communicatie en afspraken tussen gemeentehuis en haar burgers. In het antwoord werd vermeld dat de burger een ontvangstbevestiging krijgt, een termijn van afhandeling, wordt die termijn toch niet gehaald dan wordt er voor de einddatum opnieuw geïnformeerd en de reden van vertraging wordt opgegeven, en dat uiteindelijk deze info ook digitaal beschikbaar komt. Dat moet in de voorjaarsnota staan en du niet: "We zullen ervoor zorg dragen dat klanten binnen de gestelde termijnen geholpen worden en tijdig geïnformeerd worden over de afhandeling", Maak het helder en smart, dus best college werk daar aan! Want het werkt in alle programma's door. Zo lezen we in het programma veiligheid: het belangrijkste doel van het gemeentelijke veiligheidsbeleid is het vergroten van het veiligheidsgevoel van de burgers. Een mooie volzin, maar lastig te meten. Alleen de brandweer is redelijk SMART verwoord, en dat is prima. Maar hoe pakken we de hangjongeren aan die een hoop overlast veroorzaken en een gevoel van onveiligheid creëren bij een hoop inwoners? Pakken we ze wel aan? Moeten we niet wat strenger optreden? Zijn we al niet veel te tolerant? GB is van mening dat we veel te lief zijn. De politie moet zich niet alleen meer laten zien, maar zich ook meer laten gelden. Maar ook de burgers moeten minder door de vingers zien en zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, moeten dan ook gemeld worden bij de instanties. De burgers moeten er dan wel op aan kunnen dat hun klacht/melding serieus wordt genomen. Helaas horen we vaak genoeg nog het tegenovergestelde. Wij als fractie GB, roepen de burgers dan ook op om actiever te worden. Als u niet adequaat wordt geholpen mag u het bij ons melden! Dan maken wij er werk van. Het college heeft over dit punt in haar beantwoording niet gereageerd. Wij willen dus graag alsnog een reactie van het college op dit punt.
AD2. De betrokkenheid van de burgers. In de AB hebben wij hier een zwaarder accent op willen leggen, aangezien in onze optiek er een enorme kloof gaapt tussen de politiek en de burgers. We hebben dan ook de vraag gesteld, "Wat wil die burger en wat verwacht die burger van de gemeentelijke politiek?" Dat uitgangspunt is op zich al een nota waard. Maar laten we specifiek verder inzoemen op de zinsnede in de voorjaarsnota daar waar het de communicatie richting de burgers aangaat. "Er moet voldoende gelegenheid zijn voor burgers tot inspreken". Over die communicatie heeft GB 4 invalshoeken belicht: = hoe is de situatie nu? = de V Raad op locatie = de te formele setting van de V Raad = de communicatie in de Scheldepost Het college heeft in haar antwoord alleen vermeld dat een zaak van de Raad is. Zij bepaalt de invulling. Dat antwoord kan ik billijken, echter blijft onverlet dat we een afspraak met elkaar hadden omtrent het vergaderen op locatie. Komen we die afspraak na best college? Mijn vraag aan de Raad is dan ook om dit punt van aandacht te agenderen in de volgende V Raad, zodat we daar openlijk over kunnen discuseren.
Ad3: De Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.
Woningbouw is in het verleden altijd gezien als een van de belangrijke inkomsten voor de gemeente. Reden hiervan was, dat we de gronden grotendeels in ons bezit hadden en deze op de markt konden verkopen tegen steeds stijgende prijzen. GB maakt zich zorgen voor de toekomst. GB wil wat langer stil staan bij de benoemde grondexploitaties, aangezien wij als gemeente risico's lopen. Ook in deze voorjaarsnota wordt vermeld dat de stagnatie in de gronduitgifte een risico is.
Op zich zou je hier al kunnen spreken van een trendbreuk. GB is jarenlang de trekker geweest om te komen tot meer woningbouw. De vraag was hoog en het aanbod zeer schraal. Door allerlei oorzaken is er sluipenderwijs een kentering gaande. Deze omslag wordt al sinds een jaar of twee voorspeld door GB. Begrijpelijkerwijs wilde het college cq de wethouder hier geen voeding aan geven. De trein rijdt immers door, echter regeren is vooruit zien!
GB heeft al veel eerder aangegeven, dat we als gemeente te veel risico lopen, als we alles in eigen hand willen blijven houden. Daarnaast is de huizencrisis die de VS in de ban houdt, waarschijnlijk geen kleine verkoudheid.
De suggestie van GB om een commerciële partij te zoeken voor de 2e fase van de Zuidhoek, vanwege risicospreiding vanwege de hoge investeringskosten, stuitte op hoongelach. De suggestie van GB om afspraken te maken met projectontwikkelaars met als insteek bouwplicht, om verzekerd te zijn van een grondafname, werd weggewuifd. De aandacht die GB al enige tijd voor dit onderwerp probeert te krijgen, doordat wij signalen uit de markt krijgen omtrent stagnerende woningafzet, wordt door de wethouder afgeschilderd als onwaarheid.
Verder wordt in beantwoording melding gemaakt dat de woningbouwplanning regionaal wordt afgestemd via het Bestuurlijk Platform De Bevelanden. GB zou dan ook graag willen vernemen of dit klopt, en zo ja, hoe en wanneer vinden deze overleggen plaats en wat leveren ze op?
GB wenst naast de beantwoording op deze vraag, dan ook op korte termijn (maand mei) aandacht voor dit onderwerp in de vorm van bespreking in de V Raad, of, indien nodig, een aparte werkvergadering hieraan te wijden waarin wij als Raad breed geïnformeerd willen worden naar de complete stand van zake. Ook willen wij graag in beeld krijgen welke keuze mogelijkheden wij op dit moment als gemeente nog hebben op dit vlak. Weliswaar is er volgens het college sprake van een ontspannen woningmarkt (blz. 24), maar volgens GB is daar op dit moment geen sprake van. Graag horen wij dan ook hoe de andere fracties hier over denken?
Ad 4. Werk en inkomen. Bij de behandeling van de WWB enkele maanden terug, is een besluit van diverse punten uit die notitie doorgeschoven naar de behandeling van de Voorjaarsnota. Wij hebben toen al onze bevreemding hierover uitgesproken en GB was hier dan ook geen voorstander van. Wat zien we nu gebeuren? Alle voorstellen uit de notitie WWB zijn opgenomen, maar als raadslid is het absoluut niet meer lees- en begrijpbaar. Het college pleegt open en transparant te zijn, maar met op dit punt blijkt het tegenover gestelde. In de beantwoording wordt verwezen naar de beleidsdoelen minimabeleid. De drie doelen worden hier inderdaad benoemd, maar in hetzelfde eerder geconstateerde wollige taalgebruik. Er staat: "het minimabeleid wordt op de onderdelen De ouderen en chronisch zieken, de deelname maatschappelijk verkeer en inkomensgrens verruimt." We zien alleen een bedrag staan van e 48.000 maar hoe een en ander in elkaar steekt, Joost mag het weten terwijl we daar in de AB duidelijk om vragen. Dus best college, nogmaals hier de vraag om een heldere uiteenzetting! Het moge verder duidelijk zijn dat GB ivm de hoge uitvoeringskosten tegen het voorstel is voor deelname maatschappelijk verkeer. Hoe zit dit nu bij de andere fracties?
Ad5 Recreatie. Dit punt komt er in de Voorjaarsnota toch wat karig vanaf, terwijl onze gemeente voor een groot deel afhankelijk is van deze bedrijfstak. Kwaliteit is nog steeds het grote toverwoord en komt dan ook terug als speerpunt van het college. Wat voor kwaliteitsslag we nu gaan maken, is GB niet duidelijk. In onze optiek moeten we ook een kwaliteitsimpuls geven aan het strandje. Dit strandje heeft nu geen hoogwaardige uitstraling, gezien de vele schelpdieren en stenen waaraan je je voeten openhaalt. Nu spuiten we iedere drie jaar dit strandje op. Onze suggestie in de AB was om ieder jaar voor het seizoen zand op te spuiten. Hiermee verhoog je werkelijk de kwaliteit van het strandje aldaar. Grappig om te zien dat er pas geleden actie is ondernomen in de vorm van extra zand op onze Wemeldingse strandjes. Ook amusant is dat we in de beantwoording terug lezen, dat het college jaarlijks gaat bekijken of een verdere aanvulling noodzakelijk is. Geacht college, verwoord het dan ook zo in deze nota, maar wel bedankt voor de snelle opvolging van onze suggestie. Een andere vraag richting college is nog welke kwaliteitsslag we nu gaan maken? Waar wordt op ingezet en hoe gaan we dat vorm geven en op welke termijn?
Ad6. Huisvesting buitenlandse werknemers. Buitenlandse werknemers zijn onderdeel van de economische welvaart. Inmiddels worden de regels aangepast om een toch enigszins redelijke huisvesting voor deze groep mogelijk te maken. Zo mag dit ook op de bedrijven die de mensen te werk stellen. Maar ook ziet men ze steeds meer in vakantie woningen en campings hun intrek nemen. Iets wat vroeger fiscaal al niet mocht. Maar ook de overheid past deze regelgeving aan, om het mogelijk te maken buitenlandse werknemers tijdelijk te huisvesten in woningen die vallen onder het vakantie besteding bedrijf. Wat is de visie of het mogelijk te voeren beleid van de gemeente? Deze vraag hebben we aan het college gesteld, omdat we geen eenduidige visie hebben op de huisvesting van arbeidsmigranten. Dit lezen we dan ook terug in het bijgevoegde antwoord. Er is wel een werkgroep geformeerd om voor de gemeenten tot een eenduidige visie te komen. Heeft het college overigens enig idee hoe lang dat gaat duren? Een visie die het college nu wel verwoord is dat recreatieve voorzieningen als zodanig dienen te worden gebruikt. Huisvesting van seizoenarbeiders op campings en recreatie parken doet afbreuk aan het recreatieve product, waarbij de verantwoordelijkheid bij de exploitant wordt neergelegd de kwaliteit te waarborgen. To zover kunnen we het als GB nog redelijk volgen, alhoewel wij als politiek toch ook een taak hebben in de borging van de kwaliteit van het recreatieve product. Kwaliteit is immers een speerpunt van dit college. Hoe kan je dan in hemelsnaam antwoorden dat toezicht vanuit de gemeente zeer complex is, omdat de activiteiten van een huurder niet of nauwelijks vallen na te gaan. Een lekker antwoord college! Zo van, doe maar raak, je wordt toch niet gecontroleerd, dus ga allemaal maar je goddelijke gang. Onze fractie vindt dit antwoord onverteerbaar. Wij zijn van mening dat toezicht wellicht complex is, maar je hebt wel de plicht deze taak op je te nemen. En toezicht houden kun je op verschillende manieren uitoefenen. Als de kwaliteit van je product in het geding is, moet je daar actie op ondernemen. Als er teveel migranten in een caravan blijken te bivakkeren en hierdoor de veiligheid in het geding is, heb je als gemeente de plicht hier wat aan te doen. Nu onderneem je geen actie, met alle gevolgen van dien. Dit kunnen wij niet accepteren. Wij vragen het college dan ook om haar reactie, maar ook graag een reactie van de Raad wat zij hiervan vindt, want GB is de mening toegedaan dat we het college met een opdracht op pad moeten sturen, en die luidt dat je wel toezicht moet uitoefenen.
Tenslotte nog even een reactie op de vele vragen die de SGP heeft gesteld aan de andere fracties. Allereerst zijn wij verheugd dat de SGP de fracties betrekt in het debat ipv alleen het college om haar reactie te vragen. Dat verlevendigt in ieder geval de discussie en daardoor de aantrekkelijkheid van deze avond, ook voor het publiek.
Blz 9: Jullie vragen hoe wij denken over een lange termijn visie. Daar kan ik kort in zijn, aangezien ook GB daar op verschillende fronten (onderwijs/RO) al eerder op wijst cq om vraagt. Dus ja, die geste omarmen wij.
Blz 12. Mbt de genoemde 5 punten op het gebied van de transparantie kunnen wij niets anders dan concluderen dat deze punten voor verbetering vatbaar zijn. De vraag is alleen hoe we dat als Raad gaan borgen?
De genoemde uitstelling van de 1e berap is in een vorige RV al ter sprake gekomen. Ook GB is voorstander om deze te laten vervallen en hiermee het aantal beraps terug te brengen naar 2 per jaar.
Blz 26. Verder vraagt de SGP naar een reactie op de tariefdifferentiatie in het riool afvoerrecht. Uit het antwoord van het college blijkt dat we in september bij de behandeling van het Gemeentelijk rioleringsplan een aantal voorstellen gepresenteerd krijgen omtrent tariefsdifferentiatie. Wij staan hier in principe niet onwelwillend tegenover.
Blz 46. Mbt de oproep om meer info over de optuiging van het Centrum voor jeugd en Gezin , daar zitten wij als fractie niet echt om te springen, maar we willen geen spelbreker zijn als een fractie zoiets wel wenselijk vindt. |